“Mijn overleden zusje; ik heb haar niet gekend maar draag haar altijd bij mij”.

Gepubliceerd op 20 december 2019 om 11:33

Mijn overleden zusje, ik heb haar niet gekend maar draag haar altijd bij mij

Marleen, (niet haar echte naam) 51 jaar, is de jongste in een gezin van 5 kinderen. Het eerste kindje wat in dit gezin is geboren, een meisje, heeft maar even geleefd. Haar moeder heeft haar amper gezien en het kindje is de volgende dag begraven. Er werd niet veel over gepraat, zo ging dat in die tijd.

Moeder raakte opnieuw zwanger en er werd een gezond jongetje geboren. Na nog 3 gezonde jongens is Marleen geboren; Wat fijn, weer een meisje!
Heel anders dan het 1ste meisje, die had hele bolle wangetjes en was een stevige baby. Marleen was tenger, maar net zo geliefd.

Je zusje zag er anders uit...

Tijdens het opgroeien werd af en toe terloops over het zusje gepraat. “Die zag er toch wel heel anders uit dan jij”.
Ja, dat kan. Zusjes lijken soms helemaal niet op elkaar. Uiterlijk en innerlijk. Maar moeder houdt van beide meisjes.

Maar wat kan een bepaalde opmerking soms een eigen leven gaan leiden. Jouw zusje was heel anders…..
Maar wie ben ik dan? En wat wordt er van mij verwacht? Hoe “moet” ik dan zijn? “Doe” ik het wel goed?

Mama is verdrietig; ik moet lief zijn

Als een kind weet dat moeder verdriet heeft, wil een kind er alles aan doen om het verdriet “dragelijk” te maken. En ook Marleen geeft alles wat zij heeft om aan de verwachtingen van haar moeder te voldoen. De verwachtingen die Marleen denkt dat haar moeder heeft. Maar het werd nooit uitgesproken dus Marleen wist niet of het “goed” was.

Gevolg was dat Marleen bij het opgroeien, zich altijd richtte op anderen. En op hun behoeften. Altijd maar zorgen dat een ander niets te kort komt en je altijd afvragen of men je nog wel "verdraagt". Er rust een zwaar pak op de schouders van Marleen. Dat pak voelt ze maar ze weet alleen niet waar die last vandaan komt. Dat breekt je een keer op. 

Altijd maar "moeten", nooit rust

Marleen kwam bij omdat ze rust in haar hoofd wilde. We zijn begonnen met het hoofd opruimen. Alle informatie kreeg een eigen plek. Dat gaf al heel veel overzicht en ruimte. Maar we waren nog niet klaar. Marleen gaf aan dat ze het gevoel heeft dat ze altijd alles "moet". Altijd, ik heb gewoon geen rust en word er zo moe van.

Wij zijn toen op zoek gegaan naar haar kernwaarden, alles wat belangrijk is voor haar. En op een gegeven moment werd duidelijk wat een zware last Marleen onbewust bij zich draagt.

Het overleden zusje wat zij niet heeft gekend; dat draagt zij altijd bij zich. En dat was zij zichzelf eigenlijk niet zo bewust.
Het beeld wat ze van haar zusje had was niet vervelend; een lief babytje met bolle wangetjes. Maar het gevoel dat daar bij hoorde; ben ik wel net zo goed als zij, en de vele vele negatieve en verdrietige gedachten. 
Het voelt als een zwaar harnas, een pak wat haar belemmerd en benauwd.

De zware last een plek gegeven

Marleen heeft een mooie “gedenkplek” voor haar zusje gemaakt. En al haar verdriet en de zware last heeft zij daar neergelegd. Deze informatie heeft zij niet neutraal gemaakt; het is een deel van haar leven, het hoort bij haar en heeft haar gemaakt wie zij nu is.

Nu zij die zware last echt een plek heeft kunnen geven wordt zij daardoor niet meer belemmerd.
Het was best emotioneel maar het heeft Marleen goed gedaan. “Ik voel mij van het zware harnas bevrijd’ zo geeft zij aan.

En ik? Ik voel me klein en dankbaar, dankbaar dat ik dit proces mocht meemaken.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.